|
Inspiratie |
Iedereen heeft voorbeelden. Ook ik. En omdat we alleen verder komen door "op de schouders van onze voorgangers te staan", wil ik u graag een paar voorbeelden noemen. En u vertellen wát mij in hen geïnspireerd heeft. Dan weet u meteen wat voor elementen u in mijn voorstellingen kunt terugvinden. |
|
Hoe ben je begonnen? |
Maar ik heb niet alleen veel goochelboeken gelezen, ik heb ook veel verhalen, sagen, mythen en sprookjes gelezen. Dat doe ik overigens nog steeds. Al deze verhalen leren je keer op keer hoe belangrijk het is om een goed verhaal te schrijven met emoties en een juiste spanningsopbouw. Daarnaast heb je een schat aan materiaal over geheime gangen, grote kastelen, mythische figuren, etc. Eigenlijk was dat mijn manier om steeds weer in een droomwereld te duiken. Een kunst die ik toen geleerd heb en nooit weer zal verleren. De kunst om te dromen… Naast boeken lezen heb ik ook alle goocheldozen die ik tegenkwam gekocht, in de hoop nieuwe trucs te leren. Helaas waren alle goocheldozen hetzelfde en vaak ook nog van een slechte kwaliteit. Wat dat betreft is het een klein wonder dat ik toch ben door gegaan nadat ik mijn goocheldoos had gekregen! |
|
Wie waren je grote voorbeelden? |
Ik besefte het toen nog niet, maar eigenlijk heb ik een hele studie gemaakt van al die typetjes uit z’n theatershows. En die invloed zie je terug in mijn eigen presentaties. Dus bij dezen: Meneer Kivon, bedankt! Naast André van Duin was ik ook helemaal weg van Laurel & Hardy. Maar die komen zo aan bod. Eerst Mr. Bean, oftewel Rowan Atkinson. Ik kende alleen mister Bean en ook die heb ik veel geïmiteerd. Het was eigenlijk een soort André van Duin, maar dan zónder tekst. Wat ik daar waarschijnlijk aan over gehouden heb is mijn liefde voor mime. Niet dat ik daar ooit bewust mee bezig ben geweest, maar op den duur complimenteerden mensen mij met de ‘gekke bekken’ die ik trok.Gekke bekken? Wie, ik? Ja, je lijkt André van Duin wel, die trekt ook van die scheve bekken…Bleek dat ze bedoelden dat mijn gezicht zo duidelijke taal sprak. Had ik per ongeluk mime geleerd… |
|
En een voorbeeld uit de goochelwereld? |
Maar totnogtoe heb je geen goochelaar genoemd. Nee, dat klopt. Ik ben ook niet beïnvloed door goochelaars, op 1 na. Een illusionist die iedereen kent: David Copperfield. Maar de reden dat ik hem als groot voorbeeld noem zit hem niet in de (fantastische) trucs die hij doet. Ik heb van de slechts 3 shows die ik kende twee heel belangrijke dingen geleerd. Ten eerste heb ik geleerd dat het bovenal gaat om het creëren van sfeer. Het maakt niet uit welke trucs je doet, je moet een show hebben wat je publiek aanspreekt. Je moet ze rondleiden door jouw wereld en ze stap voor stap voeren naar de climax. En het liefst met jouw eigen persoonlijkheid. Wat ik toen al onbewust leerde was de opbouw van een show. Een gegeven dat ik de rest van mijn leven zal blijven toepassen. Het andere dat ik geleerd heb, en dat besefte ik pas jaren later, is de perfecte timing op muziek en de invloed die muziek sowieso heeft op mensen. Zonder muziek heb je maar een halve show. Nu was ik al heel jong bezig met muziek opnemen en ik ben nog steeds een muziekfanaat (met name instrumentale muziek). Dus ik vond muziek altijd al heel belangrijk en heb ook altijd geprobeerd om trucs op muziek uit te voeren. Wat ik van de shows van David Copperfield geleerd heb is de timing. Het is erg belangrijk om a) de juiste muziek te nemen en b) die muziek zo perfect mogelijk te timen. Nu ben ik nogal een pietje precies, dus zolang ik mij kan herinneren heb ik uren achter mijn radio gezeten om stukjes muziek uit te kiezen. Net zo lang tot ik dat ene perfecte nummer had gevonden. En nog steeds doe ik dat. Volgens mij past er altijd maar 1 liedje bij die ene truc. En zolang ik dat nummer niet gevonden heb blijf ik zoeken. David Copperfield heeft mij geleerd om te streven naar perfectie. En niets minder. |
|
|
|
Ik werd mij ervan bewust wat beweging en dans kunnen doen en sindsdien is mijn kijk daarop nooit meer hetzelfde geweest. Bijzonder inspirerend was de korte briefwisseling die ik met haar gehad heb. Ik heb haar bedankt voor de tapes, gezegd wat ik er van vond en wat ik er aan had en ze schreef keurig terug. Ik bedankte haar, deed een aantal suggesties voor een eventueel vervolg (wat ik graag nog zou willen leren) en kreeg vervolgens van haar een setje lecture notes en een gesigneerde foto. Zoveel vriendelijkheid van iemand die zo aan de top staat is toch een extra stimulans om door te gaan. En ooit nog eens zo aardig te worden als zij is. |
|
En natuurlijk boeken |
Zo interessant dat ik op dat gebied ook alle boeken probeer te bestuderen die er zijn. Helaas is er binnen de goochelwereld een heel beperkt aanbod van ‘denk’-boeken, dus mag ik graag wat theorie uit de gewone theaterwereld lenen. Ach, ooit komt er een tijd dat goochelaars beseffen dat goochelen gewoon theater is. Een unieke vorm van theater, dat zeker, maar een voorstelling moet allereerst voldoen aan de wetten van theater. En dan mogen wij als enigen een knoop leggen in uw gedachten. Dát is lekker voorbehouden aan ons. Wij zijn de enige theatervorm die u live over de grens van het onmogelijke kunnen duwen. Dus veel plezier… |
Ik kreeg een goocheldoos voor mijn achtste verjaardag. Vervolgens heb ik jarenlang alle bibliotheken in de buurt uitgekamd naar goochelboeken. Deze heb ik overgetyped op een oude typemachine, de plaatjes gekopieerd en erbij geplakt. Hele boeken kopiëren was te duur en de goochelboeken bestellen via een ISBN-nummer al helemaal.
Mijn grote voorbeelden zijn allemaal komieken… De grootste inspiratiebron was André van Duin. Als jongetje imiteerde ik zijn acts en dat heb ik jaren gedaan. Ik kende al zijn conférences uit het hoofd en had ook spullen verzameld zoals de dophelm van Willempie en een rode ketel voor Flip Fluitketel.
Ook heb ik veel geleerd van